Lenie 't Hart Zeehondenfonds

Lenie’s reisverslag van het Kaspische Zee project

Lenie 't Hart Zeehondenfonds

Op 3 juli is Lenie ’t Hart vertrokken naar Machatsjkala, de hoofdstad van Dagestan. Dat gebied grenst aan de Kaspische Zee, en is één van de landen die graag willen inhaken op het project ter bescherming van de Kaspische zeehond. Dat project heeft Lenie een aantal jaren geleden met steun van de WWAR opgestart in Iran. Volgens planning zal ze de komende weken eerst Dagestan, daarna Azerbaijan en tenslotte Iran bezoeken. Daarmee is het zuid-westelijk deel van de Kaspische Zee bereikt. In een volgende reis zal ze proberen om ook Turkmenistan en Kazachstan bij het project te betrekken. Maar dat komt later. Over de huidige unieke reis zal Lenie regelmatig verslag doen van haar ervaringen. Op dit moment zijn deel 1 en deel 2 online. Deel 2 staat nu bovenaan, daaronder deel 1.

 

Deel twee van mijn reis langs de kust van de Kaspische Zee

Op de eerste dag in Dagestan werd ik uitgenodigd om bloemen te leggen bij het graf van de hier zeer gewaardeerde Duitse taxonoom Gmelin. Hij is in Dagestan begraven en op zijn geboortedag brengen autoriteiten jaarlijks bloemen naar zijn graf. Hij beschreef als eerste de Kaspische zeehond in de 18e eeuw. Hij werd ontvoerd en helaas gedood. Ik heb verteld dat scholen in Nederland graven van belangrijke personen adopteren en mooi onderhouden. Daar gaan ze hier mee aan de slag.

  

 

Daarna lekker eten met elkaar; er wordt wat afgegeten hier… En ik krijg gelukkig vegetarisch eten. Ik heb wel gauw stiekem wat vlees naar een hond buiten gebracht. 

Daarna bezochten we de wetlands, die in de afgelopen periode in de oude staat zijn teruggebracht door Magomed Sadir. 

Het hele gebied was uitgedroogd; maar hij opende gesloten geulen en nu is het een geweldig gebied voor o.a. vogels.

 

 

Hij bracht via vistraps vis weer terug in het gebied. Dat is allemaal grotendeels gerealiseerd met zijn eigen geld. Het is en wordt een trekpleister voor ecotoerisme. Natuurlijk heb ik ook even in een (geruisloos) trapbootje rondgevaren in het prachtige gebied. Ik heb hem verteld van onze vogelkijkhutten; daar gaat hij ook mee aan de slag. Ook wil hij een infocentrum inrichten met informatie over de Kaspische zeehond. En natuurlijk moesten we ook weer eten. Ditmaal heerlijk: vooral vis.

  

We maakten een prachtige tocht terug door de kwelders, met overal koeien en schapen die niet aan hun lot worden overgelaten, maar waar gewoon voor wordt gezorgd. Ik heb weer heel veel Tammo’s gezien (zo heet mijn gecastreerde Groninger blaarkopstier thuis). Overal lopen ze, ook gewoon op de weg, terug naar hun huis. Als je de mensen hier vertelt over de Oostvaardersplassen, hoe wij de dieren daar laten verrekken en zeggen dat dit nu eenmaal natuur is, kijken ze je verbijsterd aan. Daar snappen ze helemaal niks van en ze vragen of wij nog wel sporen…

 

Terug naar Machatsjkala; nog even langs de ouders van Alimurad Gadzhiev, de projectleider van de Universiteit voor het project van de Kaspische zeehond. Fantastisch lieve mensen en ja hoor: weer heel veel lekker eten. Ze hadden speciaal voor mij gemaakte vegetarische pannenkoekjes met veel lekkers ertussen. Ik heb genoten.

Daarna hebben we nog abrikozen geplukt en natuurlijk heb ik een tas vol lekkers meegenomen naar mijn hotel met uitzicht op zee. Morgen gaan we naar de vissers om plannen te bespreken om alle zeehonden die in netten verstrikt raken te redden. Er doen al bijna 300 vissers mee met het project. Ze gaan op die manier honderden zeehonden redden. Dat hebben we bereikt met hulp van de WWAR, maar ook van bedrijven in Dagestan, die bij het project zijn betrokken door Alimurad van de  faculteit Ecology van de Universiteit.

Morgen arriveert ook Amir Sayad Shirazi van het project in Iran. Dan kunnen we ons gezamenlijk inzetten voor de redding van de Kaspische zeehond.

Wordt vervolgd

 

Deel 1: Het begin van mijn reis naar de Kaspische Zee

Maandagmorgen 3 juli zat ik al vroeg in de trein naar Schiphol om naar Dagestan te vertrekken. Op uitnodiging van de Universiteit van Machatschkala om ook daar het project voor de redding van de Kaspische zeehond mee te helpen opzetten.

Het begon al goed: ik stapte heel vroeg in de trein van Groningen naar Schiphol omdat ik bagage had waar in de trein weinig plek voor is. Er was alleen een probleem: er was iets met de spoorwegovergangen, dus het werd heel langzaam rijden en in Zwolle allemaal uitstappen. Er was dus geen directe verbinding met Schiphol. Iedereen moest met bagage en al in een overvolle trein stappen en ja hoor: ik eindigde weer eens op de trap. Gelukkig kun je daar ook op zitten…

Op Schiphol heb ik mijn paspoort weer teruggekregen van de visumdienst, want ik had drie visa nodig: voor Dagestan, Azerbaijan en Iran. Wat een opluchting dat die eerste stap was gelukt. Maar toen kwam het volgende probleem: het vliegtuig naar Istanbul was kapot. De vertraging was ruim drie uur; het kon niet op… En dan maar hopen dat je de volgende verbinding haalt: naar Machatchkala waar de mevrouw bij de incheckbalie nog nooit van had gehoord; maar toch vloog hun maatschappij daarheen. Ik heb haar alles uitgelegd, hoe je het uitspreekt en waar het ligt.

Met ruim drie en een half uur vertraging kon ik dan eindelijk op weg naar Istanbul. Iedereen had problemen met zijn doorverbinding, maar ik had nog 15 minuten speling en de looptijd op het vliegveld van Istanbul was ook 15 minuten… Dankzij mijn trainingen in de sportschool in Wagenborgen (waar ik oefen op de crosstrainer) haalde ik het in 15 minuten; yesss!

En dan kom je om twee uur ‘s-nachts aan in Dagestan. Langs de douane; lieve mannen die met verbijstering mijn paspoort met de tientallen visa-stempels bekeken en vroegen: “bent u single?” Mijn antwoord was: “ja”. Wat een toestand; ze waren alles aan het bestuderen. Ze verdwenen wel vijf keer. Ik was de allerlaatste; ook de lieve drugshond was het wachten zat. Maar eindelijk hielpen ze me wel met mijn bagage.

 

Alimurad Gadzhiev, hoofd van de afdeling “Ecology and Sustainable Development” van de Universiteit van Machatsjkala en projectleider van het Kaspische zeehondenproject in Dagestan, stond me met een grote bos bloemen op te wachten. Dat maakte veel goed. Alle douanemensen waren blij en opgelucht dat ik weg was; nu konden ze om half vier ‘s morgens eindelijk naar huis. Alimurad bracht me naar mijn hotel: een prachtig oud Russisch hotel met uitzicht op de Kaspische Zee. Toen kwam de verrassing: straks om negen uur gaan we bloemen leggen bij het graf van de Duitse wetenschapper Gmelin, die de Kaspische zeehond voor het eerst wetenschappelijk heeft beschreven. Zo gaat dat hier.

Wordt vervolgd.

Copyright Lenie 't Hart Zeehondenfonds © 2017