Lenie 't Hart Zeehondenfonds

Zeehondenexpert Dr. Nynke Osinga reageert op brief natuurorganisaties

Stichting Het Groninger Landschap heeft aan Staatssecretaris van Dam een brief geschreven, waarin met door Pieterburen aangedragen argumenten wordt uitgelegd waarom er minder zeehonden moeten worden opgevangen en dat daarom geen vergunning zou moeten worden gegeven aan de Stichting Zeehondenopvang Eemsdelta. De brief is mede ondertekend door Natuurmonumenten, de Waddenvereniging, Stichting WAD en de Natuur en Milieufederatie Groningen. Bioloog en zeehondenexpert Nynke Osinga promoveerde vorig jaar op haar jarenlange veldonderzoek naar zeehonden langs de Nederlandse kust, in de Waddenzee en vooral ook in de Dollard. Als wetenschappelijk adviseur van de Stichting Zeehondenopvang Eemsdelta reageert zij op de niet wetenschappelijk onderbouwde hypothesen in deze brief. Voor de volledige brief: lees verder.

Aan de directeur van het Groninger Landschap

De heer Marco Glastra

Postbus 199

9750 AD Haren

Betreft: uw brief d.d. 18 januari 2016 aan Staatssecretaris van Dam

Groningen, 25 januari 2016

 

Geachte heer Glastra,

In de brief van het Groninger Landschap aan Staatssecretaris van Dam, mede ondertekend door collega-natuurorganisaties, staat een aantal punten, die mij bezorgd maken over de hulp aan huilers in de Dollard.

Zoals u wellicht weet ben ik op 9 juni 2015 in Leiden gepromoveerd op mijn proefschrift “Comparative biology of common and grey seals along the Dutch coast”. Voor dit proefschrift heb ik jarenlang veldonderzoek gedaan, gegevens van sinds 1972 opgevangen en vrijgelaten zeehonden verzameld en geanalyseerd, (inter)nationale publicaties bestudeerd en gedurende zeven jaar (van 2007 t/m 2013) een observatieproject bij de inlaat in het Dollard estuarium begeleid.

Tijdens mijn onderzoek heb ik zeer veel gegevens kunnen verzamelen over het moeder-pup gedrag in de Dollard. Daarbij heb ik over het algemeen geen enkel bewijs gevonden voor de stelling dat huilers weer aansluiting bij hun moeder vinden. Alleen bij de (kunstmatig aangelegde) inlaat, waar zeehonden ook bij hoog water op het droge gaan liggen, komt afwijkend gedrag voor. Hier komt het incidenteel voor dat rustende jonge zeehonden gedurende korte tijd door hun moeder alleen worden gelaten. In andere leefgebieden van zeehonden elders op de wereld worden jongen ook slechts door de moeder alleen gelaten als er permanent droge ligplaatsen beschikbaar zijn. Overigens kwam het afwijkende gedrag bij de inlaat alleen voor aan het einde van de zoogperiode; deze dieren waren rustende jongen en geen huilers! Dit afwijkende gedrag is sinds 2009 waargenomen en is dus zeker geen nieuwe bevinding van de door de Zeehondencrèche uitgevoerde observatie. Meer details over deze bevindingen kunt u lezen in mijn proefschrift, vanaf pag. 207.

Huilers zijn zeehonden jonger dan vier weken die gescheiden zijn van het moederdier; deze dieren vertonen een ander gedrag dan rustende jongen. De beoordeling of een jonge zeehond hulp nodig heeft kan mijns inziens alleen door iemand gemaakt worden die kennis heeft van de biologie van deze zeehondensoort en ook de lokale omstandigheden goed kent. Het is daarom zorgelijk dat het observatiewerk bij de inlaat in 2014 en 2015 is uitgevoerd door stagiaires van de Zeehondencrèche, waarvan sommigen in gesprekken aangaven dat dit de eerste keer was dat ze zeehonden in het wild zagen. In 2014 en 2015 is een onacceptabel groot aantal huilers dood aangetroffen langs de Dollardkust bezijden de inlaat, waarvan sommige urenlang (levend) binnen het gezichtsveld van de waarnemers uit Pieterburen hadden gelegen. Het is onduidelijk of de stagiaires van Pieterburen deze jonge dieren niet als huiler hebben herkend en dachten dat het rustende jongen waren of dat het onderdeel is van het nieuwe beleid van de Zeehondencrèche om jonge zeehonden ter plekke aan hun lot over te laten met uiteindelijk de dood als gevolg. Het “wegkijkbeleid” van Pieterburen heeft geresulteerd in meerdere initiatieven van particulieren om toch te voldoen aan de zorgplicht voor dieren. Een begrijpelijke, maar onwenselijke situatie.

Ik ben het volkomen met u eens dat ecologisch herstel van het Eems estuarium hoge prioriteit heeft. De zandbanken in de Dollard vormen één van de meest door menselijke invloeden verstoorde leefgebieden van zeehonden. De steile flanken van de inlaat zelf zijn kunstmatig ontstaan na de constructie van de inlaat, de zeehonden leven in de nabijheid van twee grote industriehavens en de dieren worden dagelijks verstoord door agrarische en recreatieve activiteiten. Het lijkt mij een zaak van menselijke verantwoordelijkheid, zelfs beschaving, wanneer zeehonden die in problemen zijn gekomen zonder voorbehoud een tweede kans krijgen.

Daarom wil ik hierbij pleiten voor een beleid waarbij bescherming van de rust van de zeehonden centraal staat. De observatieschutting is een goede eerste stap geweest, maar meer beschermende maatregelen zijn nodig in dit zo sterk door mensen beïnvloede gebied. Vanzelfsprekend dienen rustende jongen met rust gelaten worden en dient er bij twijfel een observatieperiode gehanteerd te worden. Bovenal wil ik pleiten voor een beleid waarbij dierenwelzijn centraal staat en er niet wordt weggekeken bij in nood verkerende huilers.

Ik zie uit naar uw reactie.

Met vriendelijke groet,

Dr. Nynke Osinga

Wetenschappelijk adviseur Stichting Zeehondenopvang Eemsdelta

 

 

C.c. Staatssecretaris M.H.P. van Dam

     Natuurmonumenten, dhr. W. Alblas

     Waddenvereniging, dhr. A. Berkhuysen

     Stichting WAD, dhr. L. Hofstee

     Natuur en Milieufederatie Groningen, dhr. R. Schuiling

Copyright Lenie 't Hart Zeehondenfonds © 2017